Page 25 - Sliedrecht Aan de Dijk
P. 25

Culemborg enz. liepen door het breken van de Waaldijken onder. Het water

kwam op kruishoogte aan de Dief- en Lingedijken te staan, zodat men in de

Alblasserwaard in grote zorg kwam te verkeren.

Alle dijkgraven en dijkmeesters betrokken hun posten om het opgeroepen werk-

volk te leiden. Met ongeveer 1000 man begonnen de dijkmeesters op de 2ge

Januari bekistingen op de dijken te maken. Twee dagen en nog een nacht werd

er aan gewerkt. Het overkruiend ijs maakte de aanwezigheid op de dijken

levensgevaarlijk, zodat het werkvolk dreigde weg te lopen. Er werden daarom

karabiniers van de Garde van Koning Lodewijk Napoleon tussen de werkers

geplaatst. Deze soldaten verleenden veel hulp bij het uit de stallen halen van

het vee.

In de loop van de 30 Januari was een zware storm opgestoken, zodat het ijs

met zwaar geweld tegen de bekistingen werd gejaagd. Overal stonden echter

bazen en handarbeiders gereed. Onder de diverse dijkmeesters uit de Alblas-

serwaard waren daar de heren van Rees, Schram, Prins en Jan Bos *) uit

Sliedrecht. Terwijl de inspecteur-generaal van de Waterstaat, J. Blanken [z.,

de dijkgraaf Repelaar en de heemraden Test van Goudriaan en Tissot van

Patot persoonlijk zich in ..het strijdgewoel" vertoonden.              .

De landmeter J. A. Blanken moest orders overbrengen. In de avond van de

30e Januari 1809 bereikte de heren het bericht dat tussen 8 en 9 uur die avond

bij Kedichem de dijk was doorgebroken en van de Diefdijk tot aan de Noord

vingen de klokken hun luguber noodgelui aan.

Een renbode bracht overal de volgende missive rond: "De dijk bij Kedichem

is ingebroken ter lengte van meer dan 5 Roeden, welke Inbraak van tijd tot

tijd zodanig opgescheurd wierdt, dat deszelve na gissing eene Lengte van

25 Roeden bekwam en vervolgens eene doorbraak van circa 40 Roeden ver-

oorzaakte. "

Ook de Sliedrechtse torenklok werd geluid. Diverse mensen en hun vee, vooral

uit Wijngaarden en Bleskensgraaf vluchtten naar de hoge Sliedrechtse Dijk.

Verschillende ingezetenen voegden zich bij de grote vloot schuitenvoerders

op het "Alblasserwaardse Meer" en de Sliedrechtenaren zonden trouw iedere

dag hun rapporten naar de Waterstaat in Gorinchem. Deze rapporten

vermelden nog op 25 Februari dat 3 mannen, 1 vrouwen 3 kinderen, alsmede

10 beesten in Sliedrecht arriveerden. Verder vermelden de rapporten voedsel-

en hooitransporten.

Op 6 Maart werd het gat bij Kedichem gedicht door Willem van Rees uit

Sliedrecht met zijn mannen, die dit werk na aanbesteding had aangenomen.

Reeds de ge Maart vermeldt het Sliedrechtse rapport een transport van 16

beesten en enige vrachten meubelen naar Bleskensgraaf. * *) Op 15 Maart

gingen er al mensen, koeien en meubelen vanuit Sliedrecht naar Wijngaarden.

De 21e Maart redden Sliedrechtse schippers (namen schrijver onbekend) vier

man uit een bootje, dat door opkomende storm in de Waard in gevaar kwam.

De 4e April ontving men een order van de Minister van Binnenlandse Zaken

om alle niet strikt noodzakelijke vaartuigen, binnendijks gelegen, direct af te

voeren. Men had toen reeds 10 zgn. Hengstschuiten uit de vaart genomen.

De gehele zomer bleef er echter nog een weinig water op de landerijen staan.

                                                        XlV.

Napoleon was in October 1813 definitief verslagen en hij trok daarna met zijn
overgebleven legercorpsen in snel tempo terug naar de Franse grenzen. In de
maand November trokken de verbonden Pruisische, Russische en Engelse
troepen overal ons land binnen, hetgeen zij snel van Fransen zuiverden, totdat
de Waal en Merwede een beletsel voor hun verdere opmars gingen vormen.

 *) P. Horden [z., "Een kleine geschiedenis van het land van Vianen",
**) M, W. Schakel, "De Waterwolf slaat toe".

                                                                             27
   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30