Page 31 - Sliedrecht Aan de Dijk
P. 31

zijnde, op "de Lijst" stonden en dat eerst de zaken tussen beide regeringen moesten
zijn geregeld. Vrijwel onverrichterzake trok men daarna met de heer Kloos de stad
waar een microscoop werd bekeken, welke 60.000 maal vergrootte, o.a. een
druppel water.

   Na nog vele historische plaatsen bezocht te hebben, o.a. de plaats waar Prins
Frederik zijn hoofdkwartier had ingericht, besloot men terug te gaan naar
Holland, daar het zinloos bleek naar Oudenaerden door te gaan.

   Op de terugweg in Antwerpen ontmoette men weder de heer Adriaan Visser,
die mededeelde dat het zeer slecht ging met de aannemer Cousin aan het gat te
Burght en van dat ogenblik af meenden de Sliedrechtenaren ook hier een kans
te hebben. Na onderhandelingen associeerden de heren zich met Visser. "Gijlieden
blijft hier," zei deze, "om de zaak te behandelen en daarna uit Holland nog zoveel
bazen te halen als nodig zal zijn." Men was dus uiteindelijk toch niet voor niets
naar Belgiƫ gegaan en kon met een opgelucht gemoed "naar het oplaten van den
Ballon" gaan zien.

                                                  XVII

   In het voorjaar van 1849kwam een Engelse ingenieur "aan de dijk". Hij zocht
de heren Schram en Prins. Deze Engelsman had het Sliedrechtse adres gekregen
van ingenieur Hubbe uit Hamburg. Bij deze laatste immers hadden de Sliedrechte-
naren als uitvoerders gewerkt voor de compagnie A. Prins Czn. (1790-1860).

   De Engelsman had van de Russische regering het maken van een brug in de
rivier de Djnepr aangenomen. In de afgelopen winter waren de pijlers van de brug
ontgrond. Hij was hier voor om raad gegaan in Hamburg, waar men als beste
middel aanbeval de pijlers rondom met rijszinkstukken te omgeven. Daarom kwam
de heer Vignolles nu in Sliedrecht besprekingen voeren.

   Op 21 Juli vertrok men naar Londen via Antwerpen voor de eigenlijke beste-
ding. Na negen dagen waren de heren, die geen Engels kenden (!), weer terug
en er was besloten zo spoedig mogelijk naar Rusland te vertrekken.

   In de vroege morgen van Vrijdag 3 Augustus 1849 vingen Leendett Mettinas
Prins Azn. en Aart Schram Azn. (1798-1874), in opdracht van Arie Prins, de
grote reis aan. Dank zij een beschrijving van Jan Prins Azn. (1823-1888) weten
we dat de heren per rijtuig naar Utrecht togen en vandaar over Arnhem naar
Oberhausen. Vandaar gingen zij met de spoorwagen (!) naar Hannover. Vanuit
die stad werd naar Hamburg gereisd om nog eens de heer Hubbe te spreken ..

   Er werd gezegd dat men het in Kiew ook wel kon, doch toen schreef de Duitser
aan de Engelsman: "dit is wel mogelijk, dat zal in stilstaand water geweest zijn,
want ik verzeker U, dat er te Kieff niemand is, die het ooit gezien heeft of het
zoude kunnen als de Hollanders."

   In Duitsland was toen al een aardig spoorwegnet * ), want er werd van Ham-
burg naar Berlijn gespoord (in negen uren slechts!) . Vanuit deze stad begon een
allerverschrikkelijkste reis door achterlijke, doodarme streken. Met grote dank-
baarheid dachten de jongelieden terug aan de dijk als ze naar huis schrijven: "Ik
dankte God dat ik aan mijn thuis met zooveel zegen kon denken, want ik was
schatrijk bij deze armoe en vroeg me af: "Zijn dit nu ook Uwe schepselen, beste
Vader? .. " maar God is groot en wij begrijpen Hem niet."

   Na zeven dagen rijden vanaf de Russische grens komen ze in Kiew, waar zich
een grote wanhoop opnieuw - evenals onderweg - van hun meester maakt,
want ze kunnen zich niet verstaanbaar maken.

   De stad is vol soldaten, er lopen vele mensen rond met kettingen om het lijf en
de benen, begeleid door gewapende mannen. Weer denken de Sliedrechtenaren
terug aan de goede dijk als ze schrijven: "Men moet het hier gezien hebben om de
woorden verlichting en beschaving recht te kunnen verstaan. Daar heb ik eerst
onze gezegende voorrechten leeren waardeeren."

      *) In 1845 had Duitsland een spoorwegnet van 2143 km.

                                                                                                          33
   26   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36