Page 31 - Stuij Familiemagazine juni 1999
P. 31

Stuij Familie Magazine

UIT HET OUDE ARCHIEF

Deze keer een transcriptie van een document van 8 augustus 1622 afkomstig uit het archief
van de Heerlijkheid Wijngaarden. Dit archief bevindt zich in Gorinchem.

Als u de inhoud van het document bestudeerd zult u er achter komen dat een dagje naar de
markt in Dordrecht is uitgelopen op een knallende ruzie aan boord van de veerboot. Het betrof
hier twee inwoners van Wijngaarden.

E[de]le M[eester] de heer Calzo. Ick Uwer E[de]le onderdanige schout
door Uwer E[de]le onderdanige onzen secr[etari]s, niet en hebbe connen
naerlaten tgene ons wedervaeren is, aen onzen E[dele] heer te verwittigen, te weten hoe daer
twee van onze gebueren reysende naer de marct te Dordrecht, met naeme Jan Adriaenss,
ende Teunis Jasperss, bij malcanderen gecommen zijnde inden schuyt op het Papendrechse
veer om alzoo naer Dordrecht te vaeren, onder al met malcanderen in woorden gecommen
zijnde, hebben den een[en] den anderen onbehoorlick geinjurieert maeckende van
malcanderen dieven en[de] schelmen, en[de] leugenaers, dwelck God betert al te veel waer te
verhaelen, waer wt eenige certificatien met getuygen af gewonnen zijn zoo in Papendrecht als
anders, ende is daer deur ontstaen, dat zij bij mij Uwer E[dele] onderdanige schout
gecommen zijn om een rechtdach te leggen, ende vierschaer te spannen, waer van het gerecht,
ende parthijen verdachvaert zijn geweest, ende alzoo zij parthijen gemerckt hebben meerder
confusie, en[de] costs, schande ende zwaricheyt wt gesproten zoude hebben, zoo zijn
parthijen door tusschen spreken van twee onpartijdige mannen gecommen bij mij uwer
E[dele] onderdanige schout voorsch[reven], om te spreken van accort, vrede, en[de]
eenicheyt, malcanderen vergevende, dwelck ick (onder correctie) niet om de schandelicke
optijgynge van injurieuse worden niet hebben willen over mij nemen, om dat het castijdelicke,
en[de] breuckelicke zaecken zijn, hooren gestraft te woorden tot exempel van ander, ter
discretie van mijn E[dele] heer zoo ist ons vriendelick begeeren aen U onze E[dele] heer,
hier op te disponeren in beliefe of onze E[dele] heer oock vergeeft, ofe breeder daer op te
bedijnck[en], alzo wij dat in handen van onze E[dele] heer zijn zettende, niet meer voor dees
tijt dan den secr[etari]s onze E[dele] heer noch met den monde eenige redenen voor stellen
zal, biddende ons inde zaecke te believen te voorderen. Den Almachtigen God wil onze
E[dele] heer met zijn gantsche familie in geluckzalicheyt spaeren en[de] bewaeren
Amen.

Bij mij Uwer E[dele] onderdanige schout onderteyckent ten dienste

Cornelis Corneliss.

Met dank aan de heer B. Boer voor het beschikbaar stellen van de trancriptie.  30

                                                 juni 1999
   26   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36