Page 12 - elizabethsvloed
P. 12

12

desen waert sóó welig en dartel waren, dat haer
niets te kostelijk (kostbaar) was; 't was al
gout ende silver wat er blonk, ja, ze reden met
gouden en zilveren sporen. Hier komt het
spreekwoord van daan, dat men "den biesbos
uitsteekt". Daargelaten, of de herkomst van
genoemd spreekwoord hiermede juist aan-
gewezen is, blijkt ook uit de getuigenissen van
andere schrijvers, dat de Zuid-Hollandsche
Waard een bloeiende landstreek was, de groote
voorraadschuur van Dordrecht.

   Vossius schrijft in zijn Jaarboeken: "Twee
en zeeventig dorpen met zooveel kerken ver-
siert, zijn door de wateren ingeslokt, welker
toornspitsen naauwlijkx den volgenden dag te
zien waaren. Want bij nachttijde, elk in slaap
verzoopen, viel dat euvel voor. Die 't minste
tal noemen, zeggen, dat er bij de honderd-
duyzend (menschen) door de overwater inge
verdronken. Merwede, een heerlijk geslagte bij
den Hollander leed booven andere de meeste
ramp, waarvan andere Eedalen mee de niet vrij
zijn geweest, die er naamaals brood huys bij
huys te beedelen genooddrukt werden".

   Daarom mag met eere vermeld worden Hey-
man van Blijenburg, burgemeester van Dor-
drecht in 1425, die uit zijn particuliere middelen
ten tijde van de groote inundatie verscheidene
eezlijke en aanzienlijke familiën door den water-

                   •
   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17