Page 10 - elizabethsvloed
P. 10
berg, die Swaluwe, Broec, Strijen, Weede, Wiel-
drecht, Dubbelmonde, Almonde, enz.
De groote inbraak van de Waard op 18 Novem-
ber 1421, teweeggebracht door het zeewater van
het zuidwesten en het Merwedewater van het
Noorden, verzwolg al het land tusschen de Mer-
wede en de dijken ten zuiden der Binnenmaas,
tusschen de Maas en den westelijken Maasdam.
Dat vooral het zoute water verwoesting aan-
richtte, wordt niet alleen bewezen door de
beêedigde getuigenissen van verschillende per-
sonen, maar ook door de officieele stukken en
stadsrekeningen. Er woedde, zegt men, een
noordwester storm omstreeks middernacht bij
hoogtij, zonder springvloed, zes dagen vóór
nieuwe maan. Wat ornkeer-ing greep toen plaats!
Wat nog kans zag te vluchten, vluchtte naar
Dordrecht of naar Oeertruidenberg, maar velen
kwamen met have en goed in de golven om.
Verscheidene adellijke familiën werden door
het verlies hunner bezittingen in zoodanige
armoede gedompeld, dat zij genoodzaakt waren,
of buitenslands dienst te zoeken, of hier hun
brood te bedelen. In de stad Dordrecht heersch-
te mede de grootste verslagenheid. Het water
stond tot vóór de muren der stad; zoo ver het
oog buiten Noorder-, St. Joris-, Vrieze- en
Spuipoort reikte, zag men een bare zee, die
de welige landouwen van voorheen dekte.

