Page 21 - Stuij Familiemagazine november 1998
P. 21
Stuij Familie Magazine
Toen men destijds de toren op de oude funderingsmuur zou gaan maken, bleek, dat de
fundering niet horizontaal lag.
Men heeft toen zonder meer een laag klei op de oude fundering gelegd, verlopend van 3 tot 8
cm dikte, zodat de aanzet van het nieuwe werk weer horizontaal was. De oude fundering is
vrij diep aangelegd. Bij de ontgraving voor de reparatie is men wel enige kleine versnijdingen
tegengekomen. De allerdiepste aanleg van de oude fundering, welke dus dikker was dan de
opgaande muren, lag zo diep, dat men met een tastijzer, hetwelk met de hand door de zware
klei gedrukt werd, niet diep genoeg kon komen om met juistheid de eerste aanleg te kunnen
constateren.
Uit kerkelijke stukken valt op te maken, dat het onderstuk van de toren bij de Sint
Elisabethsvloed in 1421 is blijven staan en dat dit heden ten dage nog dienst doet. De vraag
is: hoe hoog reikte het onderstuk. Naar het voorkomt moet hiertoe gerekend worden het
tufstenen gedeelte dat tot circa 2 meter boven de dijkskruin reikt. Na de Sint Elisabethsvloed
heeft men op dit tufstenen gedeelte de toren hoger opgetrokken met z.g. kloostermoppen. Hoe
hoog dit gedeelte was en of zich ook een spits op de toren bevond, is niet met juistheid na te
gaan.
In elk geval staat vast, dat bij de brand van 10 maart 1762 de vlammen uit de galmgaten
sloegen, maar dat de toren met school en huis (het oude gymnastieklokaal en de
kapperswoning) behouden zijn gebleven, dankzij de 2 brandspuiten waarover men destijds
beschikte.
Toch schijnt er bij deze brand zo het een en ander in de toren ernstig beschadigd te zijn. Dit
blijkt wel als men het lapwerk in het tufstenen metselwerk beziet.
In 1820 bleek herstel van de toren nodig. Men heeft het bovengedeelte gesloopt tot enige
lagen onder de galmgaten. De toren is weder opgebouwd met metselsteen en vertoonde
daarna nagenoeg het beeld zoals wij het nog kennen.
In deze eeuw, zijn nog verschillende reparaties aan het metselwerk aangebracht, alsook het
oude gedeelte van kloostermoppen opgetrokken van oude pleisterlagen ontdaan, bijgewerkt en
opnieuw gevoegd.
Samenvatting.
Uit bovenstaande opsomming en gezien de verschillende wijze van uitvoering en
bouwkundige behandeling, valt te concluderen, dat:
1. De allereerste fundering zeer vermoedelijk dateert van voor het jaar 1000;
2. Deze fundering omstreeks de 14e eeuw door vrouwe Riede gebruikt werd om haar
?slechte? toren op te zetten;
3. Dat na de Sint Elisabethsvloed de toren in de I5e eeuw werd herbouwd;
4. Dat in de 17e eeuw, na mogelijk weer hersteld te zijn, de toren van de grote klok is
voorzien;
5. Dat na de brand in de 18e eeuw de toren weer is herbouwd;
6. Dat in de 19e eeuw de toren van een nieuw bovenstuk is voorzien en tenslotte:
7. Dat de toren in de 20e eeuw is gerestaureerd en in dezelfde eeuw en wel in 1912 van
een nieuw onderstuk is voorzien.
November 1998 20

