Page 57 - Stuij Familiemagazine november 1998
P. 57

Stuij Familie Magazine

Zo mogelijk nog hardnekkiger zijn de speculaties over de duivekater, het beroemde
broodgebak dat in de midwinterperiode werd en nog (of moet men zeggen: weer) wordt
gegeten. Het was met name C.C. van de Graft die in de duivekater een van oorsprong
Germaanse vruchtbaarheidsrite in de vorm van een kateroffer wilde zien: de duivelkater. Het
dierlijke offer zou dan later zijn vervangen door een scheenbeenoffer. Hieraan zou het latere
offerbrood weer herinneren, want dat werd meestal gebakken met twee knobbels aan de
onder- en bovenkant als overblijfsel van de gewrichten.
Willem de Biécourt heeft echter duidelijk gemaakt dat dit gebak het beste, met een korreltje
zout genuttigd kan worden (zie: Volkscultuur. Tijdschrift over tradities en tijdsverschijnselen
2 (1985) nr. 1-2, 37-70).

Voor sommige gebruiken is natuurlijk wel een globale ontwikkeling aan te geven voor de
                        laatste paar eeuwen, bijvoorbeeld voor het nieuwjaarwensen.
                          Tegenwoordig sturen wij elkaar netjes zelfgemaakte of gekochte
                           wenskaarten, maar zo'n twee á drie eeuwen geleden ging het er vaak
                             heel anders aan toe. De armen trokken toen, onder het mom van
                             nieuwjaarszang, schooiend langs de huizen en verzuimden niet om
                            ongevraagd binnen te dringen. De overlast die hierdoor ontstond
                                   noopte vaak tot streng optreden. In de negentiende eeuw maakte
                                           deze schooiers uiteindelijk plaats voor het zelf fabriceren
                                                  van almanakken en nieuwjaarskaarten die
                                          vervolgens te koop werden aangeboden. Straatvegers,
                                    lantaarnopstekers, klokkenluiders, nachtwachten, ieder

beschikte over nieuwjaarskaarten waarop het eigen beroep stond afgebeeld.

Het opdringerige karakter van de nieuwjaarwensen is zo langzamerhand verdwenen.
Tegenwoordig zijn het alleen nog de kinderen die tijdens de jaarwisseling geld inzamelen. In
sommige plaatsen steunt dit echter toch op een oude traditie.

In Goor en enkele andere plaatsen in Overijssel kent men bijvoorbeeld nog de fookepotterij:
een muzikale rondgang en geldinzameling die door verklede kinderen wordt uitgevoerd,
begeleid door het lawaai van met varkensblaas bespannen potten, de foekepotten. Een
equivalent hiervan is terug te vinden op Zuid-Beveland, waar men de oudHollandse naam
rommelpot hanteert.

Driekoningen
Tenslotte iets over het driekoningenfeest. Dit werd vroeger veel uitbundiger gevierd dan
tegenwoordig, zeker al vanaf de twaalfde eeuw. De oorsprong van de verschillende
terugkerende elementen tijdens dit feest is eveneens niet geheel duidelijk. Speculaties zijn er
echter des te meer. Als typische Germaanse elementen worden wel verondersteld de datum
van 6 januari, die oorspronkelijk het einde van de midwinterperiode zou hebben betekend, en
ook de draaiende ster waarmee men vroeger al zingend langs de huizen trok. Niet de ster van
Bethlehem, zo gaat het verhaal, maar de terugkerende zon zou hiermee gesymboliseerd zijn
geweest. Ook bij het traditionele kaarsjesspringen wordt wel verwezen naar de Germaanse
gewoonte om over vuren te springen.

November 1998  56
   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   62