Page 25 - elizabethsvloed
P. 25
27
De nieuwe polder was een molenpolder' j de
watermolen, de Benedenmolen genaamd, stond
voorheen in de z.g. Watermolenweide, en
loosde het water in een boezem, die door een
sluis bij de Steenplaats met de rivier ingemeen-
schap stond. Sedert 1738 verviel de sluis en
werd door een nieuwen molen, den Bovenrno-
len, in de bemaling voorzien.
Eenige jaren later begon men aan de oost-
zijde der stad langs de Merwede de opkomende
gorzen te bedijken. Het octrooi daarvoor werd
27 Sept. 1615 verkregen, en de nieuwe polder in
1617 ingedijkt. Dit was de Noord- of Merwede-
polder, die over de heerlijkheden Merwede
en Dubbeldam verdeeld lag. De scheiding
werd aangewezen door den Reeweg (Oost), ook
Midden- ot Tiendweg genoemd. Door deze
nieuwe dijkage werd een deel van den Oud-
Dubbeldarnschen dijk veranderd in een drogen
dijk, maar dit stuk, ongeveer 715 roeden, den
z.g. Groenen- of Hallincgdijk en verder Krom-
mendijk. zou als slaperdijk blijven liggen. Door
den zwaren aanleg en daarmede gepaard gaande
inzinking brak de nieuwe dijk in 1625 in.
De Noordpolder was een molenpolder, die
door een schepradmolen zijn water op den
Biesbosch loosde. In 1738 werd deze scheprad-
molen door een 8 voet hooger malen den vijzel-
molenvervangen. Daar de heerlijkheid van

