Page 23 - elizabethsvloed
P. 23
26
een vrij aanzienlijke landaanwas ontstaan, die
mogelijk maakte, dat er plannen ontworpen
werden, om de stad van nieuwe uitgebreidere
. vestingwerken te voorzien. Er ontstond even-
wel tijdens den aanleg een geschil met de arn-
bachtsheeren van Dubbeldam over de waar-
deerlng der te onteigenen gronden. Daardoor
bleef de zaak der vestingwerken slepende, en
ondanks alle tusschenkomst, zoo van den graaf
van Leicester als van de Staten van Holland,
kon men niet tot een bevredigende afdoening
geraken, totdat eindelijk in 1602 een accoord
tot stand kwam omtrent de verdeeling der
gronden. Daarmede was ook de uitbreiding
der vestingwerken van de baan. De Ambachts-
heeren waren tot dit accoord te eer geneigd.
daar zij 21 Mei 1601 een octrooi van de Staten
van Holland hadden verkregen, om hunne
gronden, die sedert 1589 reeds met zomerkaden
omgeven waren met een bastaard-winterdijk
te omringen. In 1603 kwam de nieuwe polder
tot stand, onder- den naam van het Oude Land
van Dubbeldam. Hij besloeg een grootte van
623 morgen en werd door een dijk van meer
dan 3100 roeden omgeven. Op iederen morgen
kwamen dus bijna 5 roeden dijk te onderhouden,
maar de Staten kwamen in de hooge kosten
eenigerrnate tegemoet, door voor een aantal
jaren vrijdom van verponding' te ver'Ieenen.

