Page 28 - elizabethsvloed
P. 28

30

    Een bekwaam 'vaarwater tusschen Dordrecht
en het z.g. Hollandsch Diep werd omstreeks
1600 op last der Staten tot stand gebracht, de
Dondtsche Kil. Aan de uitbreiding van het
eiland en de verbinding met Brabant, als in
de oude tijden, was evenwel een einde gemaakt,
wegens de gevaren, die de Boven-Merwede steeds
opleverde voor de Alblasserwaard. Om deze
rivier, die het water van Maas en Waal, moest
afvoeren, zoo veel mogelijk te ontlasten, werden
twee groote werken uitgevoerd, n.I, de verleg-
ging van den Maasmond. d.w.z. de afvoer van
het Maaswater door een kanaal, het vergraven
Oude Maasje, naar den Amer, en het graven
der Nieuwe Merwede, zuid-oost langs het
Dordtsche eiland. De afsnijding van het Zuiden
en Oosten is evenwel door den aanleg van een
spoorbrug, een veer te Willemsdorp, benevens
een veer aan den Kop van het Land, in haar
nadeelen gedeeltelijk geneutraliseerd, maar een
verbinding door middel van dijken en wegen
met Brabant ware voor Dordrecht zeer zeker
voordeeliger geweest. Ook naar het noorden en
westen is het eiland van Dordrecht door veren
en spoorwegen met Zwijndrecht, Papendrecht,
's Gravendeel en Sliedrecht verbonden. Thans
zal het verkeer ook door rij- en voetbruggen,
naast de spoorwegbruggen. bij Baanhoek en
Zwijndrecht worden bevorderd, maar zeer
   23   24   25   26   27   28   29   30   31