Page 24 - Sliedrecht 1949-1945
P. 24

Anderen dienen. En dat, door de liefde, de liefde

voor elkaar en hun gemeenschappelijke liefde voor

God. Dienst, zoo was hun illegale leven, dienst voor

het vaderland. Nu gingen ze het samen doen, als

man en vrouw. Ze konden het echter niet alleen.

Dat kan geen mensch. Dienen is immers het groote

struikelblok voor de menschen? Zelfdienst, dat doet

ieder, maar naasten-dienst en Godsdienst wil hun

zelf-verloochening vragen, het offer, dat alleen de

ware Iief'de brengen kan.                                 .

Ze hebben "hulp noodig voor dezen driedubbelen

dienst, aan God, elkander en hun volk. Ze moeten

dienen, zoo wil .God het van alle menschen.

En daarom, wie dient, diene uit kracht, die God

verleent! Hun huwelijksleven, ja aller leven, draait

om God en Zijn liefde.

Hij geeft Zijn Iiefde en vraagt hun liefde-dienst.

Hij zal hen helpen door de kracht van Zijn onbe-

perkte Vaderliefde. Daarom krijgen ze ook een Bij-           ODE AAN DE

bel. Die wordt hun levensgids, de eenige betrouw-                 C~Ul·'el·5h~l·5

bare. Met God samen het leven in, met God samen              1.

het leven door en door Gods krachtige liefde ge-             Vele burgers zijn onwetend
                                                             van hetgeen er is geschied
dragen het leven maken tot een dienend leven, <ve-           in de donkre oorlogsjaren
                                                             vol ellende en verdriet.
nend God, elkander en den naaste.                            Menigeen werd zwaar getroffen
                                                             door de brute heerscherswaan
Het was, maar een korte preek, maar één, die een             van de arrogante moffen.
                                                             De strijd was zwaar om het bestaan.
woord van hart tot hart wilde zijn. Dan knielen
                                                             Zij, die weigerden te werken
ze beiden neer en allen vouwen de handen om met              i? het Duitsche Rijksgebied,
den spreker een zegen af te bidden over djeze twee           d,oken onder en hun vrienden
                                                             weigerden hun bijstand niet.
jonge menschen, om daarna de twee geknielden toe             Echter, men moest ook nog leven!
                                                             "Bonnen" was een eerste eisch,
te zingen:                                                   bonnenkaarten moesten komen,
                                                             bonnen, ja, tot eIken prijs!
Dat 's Heeren Zegen op U daal';
                                                             En de bonnenkaarten kwamen!
Zijn gunst uit Sion U bestraal';                             De koeriersdienst bracht ze thuis, .
                                                             "Leenden" ze; 't was wèl gevaarlijk
Hij schiep 't heelal, Zijn Naam ter eer;                     uit een distributiekluis.
                                                             Menig giro envelopje
Looft, looft dan aller heeren Heer.                          Met een bonnenkaart erin,
                                                             werd omzichtig afgegeven
                                      (Ps. 134: 3)           aan 't betreffend huisgezin.

Ik geloof dat dit psalmvers nooit inniger en drin-           Schoon 't Damocles zwaard "Controle"
                                                             immer dreigde, dag en nacht,
gender gezongen is, dan op dit moment, nu het ge-            werd steeds deez' urgente kwestie
                                                             tot 'n succesvol eind gebracht.
zongen moest worden met ingehouden stem, bij                 Veel, veel meer deed de koeriersdienst,
                                                             Onvermoeid was zij in touw
heel zacht orgelspel, het mocht immers buiten niet           en naast jongeling en mannen
                                                             stond standvastig ook: de vrouw.
gehoord worden?

Straks gaan ze allen weer huns weegs, een ieder

naar zijn eigen werk. En met het werk komt ook

het gevaar en de spanning, de onzekerheid. Zullen

ze elkaar weerzien? Zullen die twee geknielden el-

kaar mogen behouden? Ze weten het immers niet?

Er zijn er, die ook dit feest niet meer mee konden

maken. Zij waren reeds gevallen in den strijd. Zoo

kan het met hen allen gaan en met die pas ge-

trouwden. Daarom wordt er zoo echt d,ringend ge-

zongen en meegebeden.

Wij vonden elkaar weer rondom de feestdisch. Nooit

heb ik zoo sterk beleefd, wat eenheid is, als aan

deze tafel. Allerlei stand, allerlei richting, verschil-

lende gaven maar één in hun willen, één in hun

geestdrift, één in hun strijd, één in hun gevoel van

afhankelijkheid van den hemelsehen Vader, Ook hier

een ongedwongen stemming, geen uitbundige vroo-

lijkheid, maar een gezellig, een ernstig woord, een

diep gemeende wensch, een vroolijk verhaal.

Een blik in het verleden: de dooden werden her-

dacht; een blik in de toekomst: het Vaderland na

den oorlog werd druk besproken.

Zoo konden wij dezen dag dankend eindigen. Ook

deze feestdag was Weer voorbij. Een laatste hand-

druk en dan gaan ze, zooals ze gekomen zijn, on-

opvallend; maar de herinnering aan dezen mooien

dag gaat met hen mee. Ze zijn weer gesterkt tot

nieuwen arbeid in den dienst van God, Vaderland en

Oranje.

            ZÓÓ leefden zij en vochten

            dit leger der gezochten!

                                                             23
   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28